Sluiten
Antwoord
Het overgrote deel van de homeopathische geneesmiddelen wordt bereid uit planten of plantaardige producten, bijv. Arnica montana (valkruid of wolverlei), Bryonia officinalis (heggerank) of Calendula officinalis (de goudsbloem). Daarnaast wordt gebruikt gemaakt van dieren of dierlijk materiaal, bijv. Apis mellifica (honingbij), Calcium carbonica ostrearum (kalk uit de oesterschelp) of Sepia officinalis (de gedroogde inhoud van de inktbuidel van de gewone inktvis) en mineralen en delfstoffen en chemische verbindingen, bijv. Natrium muriaticum (keukenzout), Silicea (kwarts of kiezelzuur) of Sulfur (zwavelbloem).
In het Homöopathisches Arzneibuch (HAB) staat precies aangegeven welk deel van de plant of welk mineraal moet worden gebruikt. Overigens dient u te bedenken dat een middel pas een homeopathisch geneesmiddel genoemd kan worden als het volgens de similia-regel wordt toegepast en volgens de richtlijnen in het HAB is geproduceerd.